Spelregels en honger

Een basketbalveld. Een tafel gedekt voor een diner. Twee ruimtes die al draaien nog voor je binnenkomt, elk met hun eigen logica, hun eigen tempo, hun stille verwachtingen.  

HUNTER
© Peter Van Heesen - HUNTER

In HUNTER behandelt Liesa Van der Aa het veld niet als beeld, maar als werkruimte. Acht performers van het Berlijns vocaal ensemble B O D I E S bewegen over het terrein, met sopraan Naomi Beeldens langs de zijlijn en Van der Aa zelf als scheidsrechter. Een fluitsignaal zet alles in gang. Vanaf dan wordt beweging ritme en positie stem. Wat begint als een spel ontvouwt zich als een strak georganiseerd systeem waarin handelingen terugkeren, patronen verschuiven en timing alles vastzet.  

Het materiaal vertrekt vanuit Björks album Homogenic. Fragmenten van Jóga, Hunter en Unravel worden ontleed en herwerkt, verweven met nieuwe muziek en elektronica. Stemmen loopen en overlappen, bewegen tussen afstemming en frictie. Het stuk houdt zichzelf in een staat van precisie die langzaam onder spanning komt te staan, alsof net die discipline die het draagt, het ook richting zijn grens duwt.  

Van der Aa’s achtergrond als klassiek violist zit net onder het oppervlak, niet als verwijzing maar als methode. Controle, herhaling en exacte timing worden niet in vraag gesteld, maar doorgetrokken. Volgehouden, tot ze beginnen te schuiven. Het systeem breekt niet van buitenaf. Het buigt van binnenuit.  

© Lucinde Wahlen - EAT ME

In EAT ME dekt regisseur Aïda Gabriëls de tafel en laat ze de situatie zichzelf organiseren. Glazen vullen zich, gebaren keren terug, rollen nestelen zich. Iemand kookt, iemand serveert, en toch komt de maaltijd nooit echt op tafel. Wat overblijft is het doorgaan zelf, volgehouden voorbij het punt waarop het normaal zou stoppen.  

Ook hier structureert muziek de ervaring. Ze bepaalt het tempo, verdeelt de aandacht, stuurt gedrag. Wat begint als gastvrijheid, toont zich gaandeweg als een mechaniek die stilletjes organiseert wie geeft, wie neemt en wie blijft doorgaan. Componist Jonathan Bonny bouwt de partituur als een uitdijend veld waarin Jean-Baptiste Lully en Antonio Vivaldi in dialoog gaan met Britney Spears. Ornament stapelt zich op, baslijnen blijven aandringen, genot circuleert als een constante stroom in plaats van een ontlading.  

Live uitgevoerd door B’Rock Orchestra en zangers die bewegen tussen gast, host en medeplichtige, blijft de muziek niet op haar plaats maar trekt ze door de ruimte, langs lichamen, gebaren en timing. Het libretto van Dominique De Groen scherpt de snede, balancerend tussen verleiding en kritiek, rond lichamen, eetlust en verlangen. Daaromheen bouwt :mentalKLINIK een glossy omgeving waarin verorberen, kijken en luisteren samenvallen op één ruimte. 

Een sportspel en een diner, allebei herkenbaar, allebei gestuurd door regels die je moeiteloos volgt. In HUNTER verdelen die regels lichamen en aandacht met toenemende intensiteit, tot herhaling geen houvast meer is maar druk. In EAT ME ontvouwt diezelfde logica zich zachter, via zorg en continuïteit, tot het uitblijven van een einde zelf dwingend wordt.  

In beide gevallen is muziek niet iets waar je naar luistert op afstand, maar iets waarin je beweegt. Ze zet een tempo uit, bepaalt hoe je aanwezig bent, en trekt je mee in wat zich rondom je afspeelt. Wat begint als kijken, wordt meedoen. Het spel loopt door, de tafel blijft gedekt, en langzaam verschuift de vraag. Niet langer wat je ziet, maar hoe lang je blijft.  

En waarom het zo vanzelfsprekend voelt om gewoon door te gaan. 

Meer lezen? Pik ons festivalmagazine mee op tientallen plekken in Gent, van cultuurhuizen en bibliotheken tot cafés, en ontdek nog meer verhalen zoals deze.